Helicopter route

Een Helikopterroute is een variatie op bolletje-pijltje en de Vectorroute. De kompasrichtingen worden als “helikopterbladen” aangegeven vanuit één punt. Zorg dat de pijlen goed genummerd zijn dat voorkomt veel verwarring. Eén van de pijlen is extra dik, en dient als Noordpijl. Door de lengte van de pijlen te variëren kan de lengte tot het volgende kruispunt worden aangeduid. Wanneer één richting vaker gebruikt wordt, overlappen de pijlen. Het komt dus voor dat bij één pijl twee cijfers staan.
Bolletje pijltje

Bolletje-pijltje is een vrij eenvoudige techniek om een route aan te geven, en heeft wel wat weg van een kruispuntenroute. Het bolletje (dikke punt) staat voor het kruispunt. Het pijltje geeft aan welk pad van de splitsing gevolgd moet worden. Soms geeft men de niet te volgen paden aan met een stomp lijntje (zonder pijlpunt). Dat is vooral handig bij veelsplitsingen, of gewoon om de zoveel tijd zodat de hikers uit kunnen vinden of/waar ze fout gelopen zijn.
Strippenkaart


Een stripkaart (ofwel een kaart die “gestript” is van overbodige informatie), ook wel ten onrechte strippenkaart genoemd, kun je zien als een oleaat met zijwegen die strak getrokken is en waar de zijwegen op regelmatige afstand gezet zijn. De hiker loopt langs een rechte lijn, van onder naar boven, waar de zijwegen met korte streepjes op zijn aangegeven. Deze routetechniek wordt buiten scouting ook wel de visgraat genoemd.
Men zegt dat de stripkaart ontstaan is in New York, door taxichauffeurs die op deze manier hun route optekenden. Ook in de Tweede Wereldoorlog zou de stripkaart gebruikt zijn, en wel door de geallieerden die achter de Duitse linies gedropt werden. Zo’n verzetsstrijder kreeg een stripkaart als uitleg hoe hij van het droppunt naar zijn contactpersoon moest komen. Wanneer hij werd gepakt door de Duitser, hadden ze niks aan de kaart, want ze wisten niet waar het begonnen of gebleven was.
Kloktijden route

Een tijdenroute bestaat uit een lijst met digitale tijden. Deze digitale tijden geven, vertaald naar een analoog horloge, de richtingen waarheen gelopen moet worden. De kleine wijzer wijst noord en de grote wijzer geeft de te lopen richting.
Dit is dus eigenlijk een ingewikkelde variant op de vectorroute met draaiende Noordpijl
Alternatief kan de kleine wijzer voor de huidige weg staan, van waar onder een hoek weggelopen moet worden.
Blinde vlek

Bij een blinde vlek op een topografische kaart wordt een deel van de kaart weggeknipt of er wordt iets in thema overheen geplakt. De hikeloper moet de blinde vlek op de gok of met logisch denken overbruggen.
Vectorroute

Een vectorroute is een tochttechniek waarbij je navigeert met behulp van ‘vectoren’: pijlen die zowel een specifieke richting als een afstand aangeven. In de tekening wordt altijd een noordpijl weergegeven (vaak met een dubbele punt) om de oriëntatie te bepalen. De hoek van de routepijl ten opzichte van deze noordpijl vertelt je welke koers je moet volgen, terwijl de lengte van de pijl aangeeft hoe ver je moet lopen (met behulp van een schaalstok).
Er zijn meestal twee varianten:
- Vaste noordpijl: Eén centrale noordpijl waaraan alle verschillende routestukken als zijtakken vastzitten.
- Draaiende noordpijl: Per kruispunt krijg je een nieuwe combinatie van een noordpijl en een richtingpijl, vergelijkbaar met de ‘bolletje-pijltje’ techniek.
Oleaat

De oleaatroute is een doorzichtig vel met een getekende route die je over een stafkaart legt. Om de route op de juiste plek te krijgen, gebruik je de richtkruizen op het vel: deze leg je precies op de kruispunten van de blauwe roosterlijnen op de kaart. Zodra ze overlappen, zie je precies over welke wegen en paden de route loopt.
Kruispunten route

De kruispuntenroute is een routetechniek waarbij ieder kruispunt is getekend en er middels een pijl wordt aangegeven welke afslag genomen moet worden, de gebruiker staat altijd van onder het getekende kruispunt aan en dient de pijl te volgen.
Deze techniek is goed te gebruiken voor niet gevorderde gebruikers. Hij is gemakkelijker dan bijvoorbeeld een bolletje-pijltje en een stripkaartroute, omdat bij deze technieken de situatie van afslagen minder duidelijk is weergegeven.
Doolhof route

Een doolhof of labyrint is een aangelegde tuin met kronkelpaden en doodlopende gangen. Als je in een doolhof terecht komt, is het de bedoeling dat je het midden van het doolhof of een uitgang bereikt.
Als een doolhof gebruikt wordt als een routetechniek, is het doolhof nog het beste te vergelijken met de stripkaartroute. Je krijgt een plaatje van een doolhof te zien, waarbij slechts één route van de ingang naar de uitgang loopt. Dit is de route die je moet volgen. De zijwegen die je moet laten liggen, kun je in het doolhof terugvinden.
Kompas schieten

Je gebruikt je kompas om een punt in de verte te bepalen op basis van een graadgetal en loopt daar in een rechte lijn naartoe.
Foto route

Je krijgt foto’s van herkenpunten of kruispunten. Je moet de omgeving goed scannen om te zien waar de foto genomen is en welke kant je daar op moet.